Het is een begrip waar geen student zonder kan: het sog-moment. Inmiddels ook verbaliseerd tot het werkwoord ‘soggen’. Ik sog, hij sogt, wij soggen. Juist.
Toen ik mijn moeder vanavond de mededeling deed dat ik lekker op de bank kwam soggen, begreep ze me niet helemaal. Ging ik nou iets met mijn sokken doen? Als ik uit het noorden van het land zou komen, oke, daar spreken ze de ‘g’ inderdaad nogal eens als ‘k’ uit, maar hier in Brabant? Neuh. Sogguh. Dus waar ze die fantasie vandaan had, dat weet ik niet.
Had ik haar eindelijk duidelijk gemaakt dat ik zou soggen (‘ja, met twee g’s, mam’), kijkt ze me vreemd aan. ‘Wat is dat, soggen?’ – jeetje, waar is mijn moeder geweest de afgelopen 3 a 4 jaar? En daarbij: kende men in de jaren ’70, toen mams naar de middelbare school ging, het vermaarde begrip der begrippen niet?
‘Studieontwijkend gedrag, mam.’
‘Oh.’
‘Ja.’
Fijn dat er nu in ieder geval geen miscommunicatie over kan ontstaan. En ondertussen sog ik lekker verder.
Bloggen, het sogje dat altijd tussendoor kan. (BLOGGEN EN SOGGEN RIJMT OMFG)